Financiering
Inleiding
Terug naar navigatie - Financiering - InleidingIn deze paragraaf leggen we verantwoording af over het gevoerde financieringsbeleid in 2025. Financiering betekent: ‘het voorzien in de benodigde financiële middelen voor de uitvoering van het beleid over de periode van tenminste één jaar’. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen als vreemd vermogen. In deze paragraaf worden elementen van financiering nader belicht.
Uitgangspunten treasurybeleid
Terug naar navigatie - Financiering - Uitgangspunten treasurybeleidTreasury gaat om financiering van het gemeentelijk beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden, het te allen tijde zorgen voor voldoende liquide middelen, waarbij een tijdelijk overschot tegen een zo hoog mogelijk rendement wordt belegd, en het daarbij afdekken van rente- en kredietrisico’s. En dat alles op de meest doelmatige wijze en waarbij we voldoen aan de wettelijke voorschriften (Wet financiering decentrale overheden, FIDO). Van het begrip treasury kan de volgende definitie worden gegeven:
Treasury is het sturen en beheersen, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Vermogenspositie
Terug naar navigatie - Financiering - VermogenspositieWanneer een oordeel moet worden geveld over de vermogenspositie van een organisatie wordt gekeken naar de creditzijde van de balans. Het eigen vermogen wordt daar uitgedrukt in termen van reserves. Reserves zijn feitelijk niets anders dan een boekhoudkundige sluitpost waarmee aan het eind van een boekjaar het verschil tussen baten en lasten wordt uitgedrukt. De vermogenspositie van de gemeente Veldhoven ziet er ultimo 2025 als volgt uit:
Bedragen (x € 1.000) |
Realisatie |
Begroting |
Realisatie |
Afwijking |
|---|---|---|---|---|
Omschrijving |
ultimo 2024 |
ultimo 2025 |
ultimo 2025 |
2025 |
Algemene reserves |
52.660 |
65.855 |
70.550 |
4.695 |
Bestemmingsreserves |
23.925 |
23.433 |
23.430 |
-3 |
Saldo rekening |
13.879 |
8.495 |
7.123 |
-1.372 |
Eigen vermogen |
90.464 |
97.783 |
101.103 |
3.320 |
Voorzieningen |
20.522 |
19.939 |
23.483 |
3.544 |
Vaste schulden met rentetypische looptijd van 1 jaar of langer |
144.056 |
129.275 |
129.275 |
0 |
Vlottende schulden |
35.846 |
60.500 |
50.500 |
-10.000 |
Vreemd vermogen |
200.424 |
209.714 |
203.258 |
-6.456 |
Totaal vermogen |
290.888 |
307.497 |
304.361 |
-3.136 |
Solvabiliteitsratio (eigen vermogen/ totaal vermogen) |
31,1% |
31,8% |
33,2% |
|
Vermogensratio (solvabiliteitsratio excl vlottende schulden) |
35,5% |
39,6% |
39,8% |
|
Debt ratio (vreemd vermogen/ totaal vermogen) |
68,9% |
68,2% |
66,8% |
|
test |
Uit het overzicht blijkt dat het eigen vermogen ultimo 2025 uitkomt op € 99,9 miljoen, wat een stijging betekent ten opzicht van zowel de begroting 2025 als de realisatie ultimo 2024. Deze toename komt vooral door hogere algemene reserves en een positief rekeningresultaat. Het vreemd vermogen daalt licht ten opzichte van de begroting. De verhouding eigen en totaal vermogen (solvabiliteitsratio) verbetert van 31,1% ultimo 2024 naar 33,2% ultimo 2025. Daarmee staat de gemeente financieel iets sterker dan geraamd.
Treasurystatuut
Terug naar navigatie - Financiering - TreasurystatuutIn 2022 is het treasurystatuut uit 2016 geactualiseerd. In december 2022 heeft de raad een nieuw meerjarig treasurystatuut vastgesteld. Het treasurystatuut bevat de meerjarige beleidskaders voor de uitvoering van de treasuryfunctie. Ook worden de uitgangspunten, doelstellingen, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden hierin vastgelegd. Daarnaast beschrijft het de financiële kaders voor financieringen, uitzettingen en derivaten gebruik.
Treasury acties
Terug naar navigatie - Financiering - Treasury actiesDe uitvoering van treasury maakt deel uit van het reguliere instrumentarium van de Planning & Control-cyclus.
Renteontwikkelingen 2025 en vooruitblik
De situatie op de rentemarkt kan worden bezien op de lange en korte termijn. Als referentierente voor de korte markt (geldmarkt) wordt gewoonlijk de 3-maands Euribor1 gebruikt. Op de lange markt ofwel kapitaalmarkt fungeert het tarief van de 10-jaars IRS2 als ankerpunt. In onderstaande tabel is te zien wat de ontwikkeling is van de daadwerkelijke renteniveaus vanaf januari 2025 tot begin februari 2026.
1 De Euribor (Euro Interbank Offered Rate) is de rente die gehanteerd wordt in het interbancaire circuit in het Eurogebied.
2 Interest Rate Swap. De renteswap is een ruiltransactie die geschiedt op een internationale financiële markt, waarbij partijen de rentebetalingen gedurende de looptijd, of een deel van de looptijd, tegen elkaar ruilen. De koper van een renteswap koopt een renteswap om zich te beschermen tegen renterisico's. De koper kan zo kiezen om een lopende lening tegen een variabele rente niet om te zetten in een nieuwe lening, maar met de swap het renterisico af te dekken. De hoofdsommen van de leningen worden bij een IRS niet uitgewisseld. Die zijn alleen in theorie, in de berekeningen herkenbaar. Uitwisseling vindt uitsluitend plaats tussen de rentes.
Rente % |
Rente % |
Rente % |
Rente % |
|
|---|---|---|---|---|
02/01/2025 |
01/07/2025 |
02/01/2026 |
02/02/2026 |
|
3 maands euribor |
2,74% |
1,96% |
2,03% |
2,02% |
10-jaars IRS |
2,38% |
2,57% |
2,96% |
2,88% |
test |
In de eerste helft van 2025 daalt de korte rente duidelijk doordat de ECB meedere renteverlagingen doorvoert. Na deze reeks versoepelingen stabiliseert de korte rente ronde 2%, waarbij de markt in de tweede helft van het jaar geen verdere verlagingen meer verwacht en zelfs een licht opwaarts risico richting 2026 ziet ontstaan. De korte rente blijft in 2026 waarschijnlijk stabiel rond 2%, met alleen bij significant lagere inflatie ruimte voor een kleine rentedaling. Grote schommelingen zijn op dit moment niet voorzien.
De lange rente daarentegen laat een grillig maar overwegend stijgend beeld zien. Na een forse opleving begin 2025, onder meer door hogere inflatie en beleidsaankondigingen, beweegt de 10-jaars rent in het voorjaar tijdelijk rustiger, maar vanaf de zomer zet de stijgende trend door. Tegen het einde van het jaar staat de lange rente op het hoogste niveau van de afgelopen 12 maanden. De lange rente blijft in 2026 naar verwachting stabiel met een licht stijgende tendens, gedreven door een veerkrachtige economie, beperkte beleidswijzigingen van de ECB en een markt die slechts milde neerwaartse risico's ziet.
Door het uitbreken van de oorlog in Iran zal deze licht stijgende tendens zorgt naar verwachting veel sterker zijn. De escalatie leidt tot hogere olie- en gasprijzen, oplopende inflatierisico's en daarmee tot een grotere kans op extra ECB-renteverhogingen in 2026. In reactie daarop is de markt de lange termijn rente (maart 2026) naar boven aan het bijstellen. De combinatie van geopolitieke onzekerheid, hogere energieprijzen en aangepaste renteverwachtingen maakt het waarschijnlijk dat de lange rente in 2026 niet stabiel blijft, maar een duidelijkere stijgende lijn zal laten zien dan in eerdere ramingen werd verwacht.
a) Liquiditeitenplanning en financiering
In 2025 zijn geen langlopende leningen aangetrokken.
b) Huisbankierschap
Sinds begin 2015 is de Bank Nederlandse Gemeenten onze huisbankier. De dienstverlening verloopt naar volle tevredenheid. Eind 2022 is een nieuwe overeenkomst afgesloten met de Bank Nederlandse Gemeenten. Deze overeenkomst heeft een looptijd tot 31 december 2025 met een stilzwijgende verlengingsmogelijkheid voor tweemaal een periode van 2 jaar, derhalve tot uiterlijk 31 december 2029. In 2025 hebben wij gebruik gemaakt van de mogelijkheid om onze overeenkomst voor 2 jaar te verlengen.
c) Schatkistbankieren
In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden aangehouden behoudens het drempelbedrag. Dat is een minimumbedrag (afhankelijk van de omvang van de decentrale overheid) dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Voor onze gemeente is dat voor 2025 € 3.413. In 2025 heeft geen overschrijding plaats gevonden van het drempelbedrag. Voor een gedetailleerde toelichting per kwartaal verwijzen we naar de toelichting op de balans.
Opgenomen geldleningen
Terug naar navigatie - Financiering - Opgenomen geldleningenOpgenomen leningenportefeuille van de gemeente per 31 december 2025
Leningnr |
Afsluitdatum |
Soort |
Oorspr. |
Restant bedrag |
Oorspr. |
Rente |
Laatste |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Lening |
bedrag (€) |
31/12/2025 |
looptijd (jr) |
% |
jaar van aflossing |
||
NWB 1-27963 |
26-Jun-13 |
Aflossing ineens einde looptijd |
15.000.000 |
15.000.000 |
25 |
3,404 |
2038 |
NWB 1-27964 |
26-Jun-13 |
Aflossing ineens einde looptijd |
15.000.000 |
15.000.000 |
35 |
3,594 |
2048 |
NWB 1-27965 |
26-Jun-13 |
Aflossing ineens einde looptijd |
20.000.000 |
20.000.000 |
30 |
3,473 |
2043 |
BNG 40.111202 |
01-Jun-17 |
Lineair |
10.000.000 |
3.000.000 |
10 |
0,538 |
2027 |
BNG 40.111296 |
17-Jul-17 |
Lineair |
48.519.898 |
14.555.969 |
10 |
2,065 |
2027 |
BNG 40.111882 |
02-May-18 |
Lineair |
10.000.000 |
4.000.000 |
10 |
0,667 |
2028 |
BNG 40.114397 |
02-Dec-20 |
Lineair |
10.000.000 |
6.000.000 |
10 |
-0,155 |
2030 |
NWB I-31001 |
08-Jun-21 |
Lineair |
25.000.000 |
17.500.000 |
10 |
-0,150 |
2031 |
BNG 40.115229 |
25-Nov-21 |
Lineair |
10.000.000 |
7.000.000 |
10 |
0,000 |
2031 |
Prov.Gelderland |
29-Nov-23 |
Lineair |
14.000.000 |
12.000.000 |
7 |
3,180 |
2030 |
Prov.Gelderland |
06-Mar-24 |
Lineair |
10.000.000 |
10.000.000 |
7 |
3,000 |
2031 |
Prov.Gelderland |
22-May-24 |
Fixe |
10.000.000 |
10.000.000 |
7 |
2,980 |
2031 |
NWB 1-40632 |
22-May-24 |
Fixe |
10.000.000 |
10.000.000 |
10 |
3,156 |
2034 |
207.519.898 |
144.055.969 |
Op 31 december 2025 bedraagt het totale bedrag aan opgenomen geldleningen € 129,3 miljoen.
Uitstaande geldleningen
Terug naar navigatie - Financiering - Uitstaande geldleningenVerstrekte leningenportefeuille van de gemeente per 31 december 2025
Geldnemer |
Aantal |
Oorspr. |
Restant bedrag |
Rente |
|---|---|---|---|---|
leningen |
bedrag (€) |
31/12/2025 |
% |
|
Startersleningen (oude regeling) |
11 |
192.495 |
150.312 |
4,15% |
Starters- en combinatieleningen (nieuwe regeling) |
86 |
1.460.911 |
1.400.643 |
2,80% |
Stimuleringsleningen (nieuwe regeling) |
173 |
1.526.406 |
1.157.911 |
1,40% |
Starterslening (amendement begroting 2024) |
113 |
2.222.385 |
2.222.385 |
4,00% |
Stichting Accommodatie UNA |
1 |
40.000 |
24.000 |
0,00% |
Tennisvereniging VLTC |
1 |
67.000 |
16.550 |
0,00% |
385 |
5.509.197 |
4.971.801 |
3,03% |
In 2008 is gestart met het verstrekken van startersleningen. In bovenstaand overzicht betreft dit de startersleningen (oude regeling). Hiermee wilde Veldhoven de bereikbaarheid van koopwoningen vergroten voor met name starters op de woningmarkt. In totaal is voor een bedrag van € 2.841.380 aan startersleningen verstrekt. Van de € 2.841.380 aan verstrekte startersleningen is inmiddels € 2.596.729 volledig afgelost. Van de nog lopende startersleningen is € 37.484 afgelost.
In mei 2019 is besloten om per 1 januari 2020 opnieuw € 2 miljoen beschikbaar te stellen voor de 'starterslening' ten behoeve van eerste-woning-aankopen door koopstarters op de woningmarkt in Veldhoven. Ook is € 2 miljoen beschikbaar gesteld voor de invoering per 1 januari 2020 van de 'stimuleringslening' ten behoeve van de aanpassing van koopwoningen in Veldhoven voor:
a. het langer thuis wonen van oudere bewoners dan wel bewoners met kinderen met een beperking;
b. het verduurzamen van de woning;
c. het saneren van asbestdaken in verband met het asbestverbod per 2025.
Deze budgetten worden revolverend ingelegd op de rekening courant bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVn). Revolverend betekent dat ontvangen aflossingen weer opnieuw beschikbaar komen om als lening te worden verstrekt.
Bij de behandeling van de begroting 2024 is een amendement aangenomen om € 2 miljoen extra aan startersleningen te verstrekken .
De twee leningen in het overzicht aan Stichting Accommodatie UNA en Tennisvereniging VLTC betreffen renteloze leningen ten behoeve van de aanschaf van ledverlichting.
Taakveld treasury
Terug naar navigatie - Financiering - Taakveld treasuryDe onderstaande tabel toont het treasury overzicht in de begroting 2025 t.o.v. de realisatie.
Bedragen (x € 1.000) |
Realisatie |
Begroting |
Realisatie |
Afwijking |
|---|---|---|---|---|
Omschrijving |
2024 |
2025 * |
2025 |
(- is nadeel) |
Externe rentelasten |
3.873 |
3.338 |
3.338 |
0 |
Externe rentebaten |
1.116 |
961 |
1.080 |
119 |
Saldo rentelasten en rentebaten |
2.757 |
2.377 |
2.258 |
119 |
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend |
913 |
558 |
558 |
0 |
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente |
1.844 |
1.819 |
1.700 |
119 |
Aan taakvelden toegerekende rente (rente omslag) |
1.855 |
1.864 |
1.864 |
0 |
Rente resultaat treasury |
-11 |
-45 |
-164 |
119 |
* Laatst vastgestelde begroting 2025 (burap III 2025)
Uitgangspunt bij de doorberekening van de rentelasten naar taakvelden (programma’s) en de bouwgrondexploitatie is een omslagrentepercentage van 1,1%. Er wordt zowel in de begroting als de realisatie geen rente toegerekend aan investeringen. Dit resulteert op begrotingsbasis in een voordelig rentesaldo van € 45.
De rentelasten zijn nagenoeg gelijk aan de begrote rentelasten.
De rentebaten zijn hoger dan begroot omdat we het verwachte liquiditeitsoverschot lager hadden begroot. We hebben daardoor meer rente ontvangen.
In de uiteindelijke realisatie van 2025 komt het renteresultaat uit op een voordeel van € 164. Een positieve afwijking ten opzichte van de begroting van € 119.
Kasgeldlimiet
Terug naar navigatie - Financiering - KasgeldlimietDe kasgeldlimiet is het gekwantificeerde risico dat een gemeente mag lopen op de korte schuld (looptijd < 1 jaar). Van het begrotingstotaal van een jaar mag 8,5% worden gefinancierd met kort geld. De kasgeldlimiet (o.b.v. primitieve begroting) bedraagt voor 2025 € 14.505. In 2025 is de kasgeldlimiet niet overschreden. Als de kasgeldlimiet voor het derde achtereenvolgende kwartaal wordt overschreden moet aan de provincie een herstelplan worden voorgelegd. De onderschrijdingen per kwartaal zijn respectievelijk het 1ste, 2de, 3de en 4de kwartaal € 49.606, € 55.916, € 62.639 en € 66.406.
Renterisiconorm
Terug naar navigatie - Financiering - RenterisiconormIn de wet Fido wordt eveneens een norm gehanteerd ten aanzien van het renterisico dat de gemeente loopt op de opgenomen vaste geldleningen. De norm wordt berekend als 20% van het begrotingstotaal (van de lasten) van het betreffende jaar.
De onderstaande tabel brengt de renterisico’s voor de vaste schuld in relatie tot de renterisiconorm in beeld voor het jaar 2025 en de komende 4 jaren.
Bedragen (x € 1.000) |
2025 |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
|---|---|---|---|---|---|
Omschrijving |
|||||
1. Nieuw aangetrokken vaste schuld |
0 |
7.500 |
70.000 |
10.000 |
27.500 |
2. Nieuw verstrekte langlopende leningen |
1.716 |
1.640 |
1.340 |
1.050 |
0 |
3. Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (1-2) |
-1.716 |
5.860 |
68.660 |
8.950 |
27.500 |
4. Renteherzieningen |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
5. Aflossingen |
14.781 |
14.781 |
15.531 |
16.679 |
16.679 |
6. Herfinanciering (laagste van 3 en 5) >0 |
0 |
5.860 |
15.531 |
8.950 |
16.679 |
7. Renterisico (4+6) |
0 |
5.860 |
15.531 |
8.950 |
16.679 |
8. Renterisico norm |
34.130 |
34.761 |
35.909 |
34.751 |
34.830 |
9a. Ruimte onder renterisiconorm (8>7) |
34.130 |
28.901 |
20.378 |
25.801 |
18.151 |
9b Overschrijding renterisiconorm (7>8) |
|||||
10a. Begrotingstotaal |
170.651 |
173.803 |
179.547 |
173.754 |
174.150 |
10b. Vastgesteld percentage |
20% |
20% |
20% |
20% |
20% |
10c. Renterisiconorm (10a x 10b) |
34.130 |
34.761 |
35.909 |
34.751 |
34.830 |
test |
Overige financieringsrisico's
Terug naar navigatie - Financiering - Overige financieringsrisico'sTen aanzien van uitstaande geldleningen nemen we, behoudens de startersleningen, nagenoeg geen positie in. Het renterisico is daardoor verwaarloosbaar.
We hebben in 2025 geen vorderingen, liquiditeiten en/of beleggingen in vreemde valuta aangehouden en hebben dus geen valutarisico gelopen.
Voor het risico van oninbare debiteuren is in 2025 een voorziening getroffen. Het kredietrisico wordt in voldoende mate door deze voorziening afgedekt.
Door het periodiek actualiseren van de liquiditeitsprognose en het bewaken van de geldstromen is het liquiditeitsrisico beheersbaar.