Balans per 31 december 2025 en grondslagen

Voortgang activiteiten

Grondslagen

Terug naar navigatie - Balans per 31 december 2025 en grondslagen - Grondslagen

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 
De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door de gemeenteraad de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. 
De raad heeft in 2023 het financiële beleid vastgesteld dat van toepassing is op deze jaarrekening. De voorgestelde gedragslijn op financieel gebied is uitgewerkt in de volgende beleidsnota’s: 
•    Activabeleid; 
•    Rentebeleid en –toerekening; 
•    Kostentoerekening; 
•    Reserves en voorzieningen. 

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening 
Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht. 
Indien er een materiele fout wordt geconstateerd zal deze retrospectief worden verwerkt en toegelicht.

Balanswaardering 

Immateriële vaste activa 

Immateriële vaste activa zijn uitgaven waar geen tastbare gemeentelijke bezittingen tegenover staan. Het BBV kent de volgende drie soorten immateriële activa: 

•    De kosten die zijn verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio; 
•    De kosten van onderzoek en ontwikkeling.
•    Bijdragen aan activa in eigendom van derden.
 
De kosten van het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio worden niet geactiveerd. De lasten worden volledig genomen in het jaar van sluiten van de lening. Agio is het bedrag dat de koers van een aandeel hoger is dan de nominale waarde van het aandeel. De nominale waarde is het bedrag dat op het aandeel staat aangegeven of de formele waarde van het aandeel. Disagio is het bedrag dat de koers van een aandeel lager is dan de nominale waarde van het aandeel.
Een uitzondering hierop zijn de kosten die gemaakt worden voor het oversluiten van een geldlening. Door deze kosten te activeren worden de lasten verspreid over meerdere jaren. Hierdoor zal het jaarrekeningsaldo (incidentele last) geen belemmering vormen voor de overweging om een geldlening over te sluiten (structurele lasten). De afschrijvingstermijn wordt dan ten hoogste gelijk aan de looptijd van de nieuw afgesloten lening.

Voor investeringen waarbij het op voorhand nog niet vaststaat dat deze een meerjarig nut zullen hebben is het mogelijk om een voorbereidingsinvestering aan te vragen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van een groot project. De kosten van onderzoek en ontwikkeling voor deze investering mogen onder bepaalde voorwaarden worden geactiveerd. Deze voorwaarden luiden:

•    Het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;
•    De technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien staat vast;
•    Het actief zal in de toekomst economisch nut of maatschappelijk nut genereren;
•    De uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen kunnen betrouwbaar worden vastgesteld.

Als het project uiteindelijk tot stand komt, worden de voorbereidingskosten in vijf jaar afgeschreven. Wordt besloten het project niet uit te voeren, dan moeten de uitgaven in één keer ten laste van de exploitatie worden gebracht.

Voor het activeren van bijdragen aan activa in eigendom van derden moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan:

•    Er moet sprake zijn van een investering door een derde;
•    De investering draagt bij aan de publieke taak;
•    De derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen;
•    De bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de gemeente kan (mede)eigenaar worden van de investering.

Voor Bijdragen aan activa in eigendom van derden is het van belang dat e.e.a. contractueel geregeld is met de betreffende derde. Wanneer niet aan deze voorwaarden wordt voldaan of wanneer e.e.a. niet contractueel is vastgelegd, moeten bijdragen aan activa in eigendom van derden rechtstreeks in de exploitatie worden verantwoord.
Voorbeelden van activa in eigendom van derden zijn de bekostiging van de eerste inrichting (meubilair) in het primair onderwijs en een investeringsbijdrage voor een clubhuis. De volgende overwegingen spelen een rol bij het bepalen of activeren gewenst is. 
•    De gemeente zelf ondervindt geen baten van de investering en beschikt economisch niet over het actief. Hierdoor draagt het activeren van deze bijdragen niet bij aan het juiste inzicht in de vermogenspositie van de gemeente; 
•    Echter, het activeren zorgt ervoor dat grote verschuivingen in de baten en lasten van de gemeente worden voorkomen bij omvangrijke investeringsbedragen. 
Als uitgangspunt worden de bijdragen in activa van derden niet geactiveerd. Slechts in het geval van bijzondere projecten met grote bedragen kan hier bij raadsbesluit van worden afgeweken. De afschrijvingsduur is dan maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt.

Materiële vaste activa 
Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. 
Het BBV deelt de materiële activa als volgt in:  
•    Investeringen met economisch nut 
•    Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven 
•    Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut 

Investeringen met economisch nut zijn verhandelbaar en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Het gaat hierbij nadrukkelijk om de mogelijkheid middelen te verwerven. Dat een gemeente ervoor kan kiezen ergens geen of geen kostendekkend tarief voor te heffen is niet relevant voor de vraag of een actief een economisch nut heeft. Een vergelijkbare redenering geldt voor de verhandelbaarheid. Het gaat om de mogelijkheid de activa te verkopen, niet om de vraag of de gemeente het actief ook daadwerkelijk wil verkopen. Dit betekent bijvoorbeeld dat alle gebouwen een economisch nut hebben, er is immers een markt voor gebouwen.

Investeringen met een economisch nut moeten verplicht geactiveerd worden. 
Hier zijn twee uitzonderingen op. Ten eerste de kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde die niet bestemd zijn voor verkoop of uitleen tegen vergoeding. Vanuit de BBV is het niet toegestaan deze te activeren. Ten tweede de kosten van eerste aanleg bij uitbreidingsinvesteringen in het rioolstelsel, die volledig gedekt worden uit de verkregen grondprijzen van een grondexploitatie.

Voor een aantal investeringen met economisch nut kan een heffing worden geheven ter bestrijding van de kosten. Voor deze investeringen is met ingang van het jaar 2014, een afzonderlijke rubriek binnen de materiële vaste activa gemaakt. Onder deze rubriek vallen onder meer investeringen ten behoeve van de riolering, ten behoeve van het ophalen van huisvuil (afvalstoffen) en die inzake de gemeentelijke begraafplaats(en). Ter bestrijding van deze kosten kan een heffing worden geheven in de vorm van rioolheffing, afvalstoffenheffing en begraafrechten.

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut zijn niet verhandelbaar en/of kunnen niet bijdragen aan het genereren van middelen.
Voorbeelden van dergelijke activa zijn o.a. wegen, bruggen, openbare verlichting, parken en overig groen. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut moeten met ingang van begrotingsjaar 2017 worden geactiveerd.

Afschrijvingen 
Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. Als grond wordt gebruikt om bijvoorbeeld een weg, rotonde of fietspad op aan te leggen, dan wordt deze grond onlosmakelijk van de investering gezien en wordt als één geheel geactiveerd en afgeschreven in dezelfde periode als de betreffende investering in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Op gronden die niet onlosmakelijk zijn verbonden met een investering maatschappelijk nut, zoals openbaar groen, wordt niet afgeschreven.
De duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Duurzame waardevermindering kan zich o.a. voordoen bij wijziging in de bestemming en functie van activa, buitengebruikstelling en verkoop van het vast actief.

De volgende afschrijvingstermijnen in jaren gelden: 

Gronden en terreinen economisch nut  n.v.t. 
Gronden en terreinen maatschappelijk nut zelfde als investering 
Woonruimten 45
Bedrijfsgebouwen 45
Verbouwingen en renovaties  20
Vervoermiddelen  7-10
Riolering (aanleg, bouwkundig, elektromechanisch en gemalen)  45-70
Machines, apparaten en installaties  5-30
Overige materiële vaste activa waaronder inventarissen  5-15
Automatisering 5-10
Wegen 40
Verblijfsgebied 50
Verlichting 22-45
Speelvoorzieningen 18
VRI 18
Beplanting 30
Gras 45
Meubilair 20
Bomen 60


In erfpacht uitgegeven gronden 

In erfpacht uitgegeven gronden worden gewaardeerd tegen de eerste uitgifteprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden tegen registratiewaarde gewaardeerd, omdat het economische eigendom niet meer bij de erfverpachter berust.

Financiële vaste activa 
Het BBV kent de volgende te activeren financiële vaste activa:
•    Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen;
•    Leningen aan openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden, woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen;
•    Overige langlopende leningen;
•    Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
•    Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
•    Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Tenzij anders is vermeld, zijn de financiële vaste activa gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) verminderd met de jaarlijkse aflossingen, afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Zonodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. 
Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (“kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen” in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden. 

Vlottende activa 

Voorraden 
De onderhanden werken grondexploitatie zijn opgenomen tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de opbrengst wegens verkopen. Indien de boekwaarde de marktwaarde van de grond overschrijdt, wordt gekozen voor het treffen van een verliesvoorziening. Deze wordt verantwoord als een waardecorrectie naar analogie van de voorziening voor dubieuze debiteuren. De overige voorraden worden gewaardeerd tegen historische kosten (vervaardiging- of verkrijgingprijs). Indien de marktwaarde duurzaam lager is, dan wordt tegen marktwaarde gewaardeerd. 
Winsten uit de grondexploitatie worden slechts genomen indien en voorzover die met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd aangemerkt kunnen worden. Zolang daarvan geen sprake is worden op de verkregen verkoopopbrengsten ten volle de vervaardigingskosten in mindering gebracht. 

Overige gronden (verspreid liggende percelen) zijn percelen die in het verleden zijn gekocht ten behoeve van de gemeentelijke grondexploitatie en die niet meer hieraan worden toegerekend. Grond- en hulpstoffen worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs worden de grond- en hulpstoffen tegen deze lagere marktwaarde gewaardeerd. 

Uitzettingen (looptijd korter dan één jaar) 
De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Op basis van ervaringen uit het verleden wordt ingeschat welk percentage uiteindelijk afgeboekt moet worden. Ook worden de individuele debiteuren doorlopen om te bepalen of hier relevante dubieuze debiteuren tussen staan. 

Voor de naleving van de wettelijke regelgeving omtrent het Schatkistbankieren wordt verwezen naar de toelichting op de balans. 

Liquide middelen overlopende activa 
Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. 

Eigen vermogen 

In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van de gemeenteraad. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra de raad aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. 

Algemene reserve 
•    Benoemde risico’s volgens de risico-inventarisatie (benodigde weerstandscapaciteit). 
•    Onbenoemde risico’s (extra buffer vanuit het oogpunt van voorzichtigheid). 
•    Vrije reserves. 

Bestemmingsreserve 
•    Dekkingsreserve waaruit meerjarig onttrekkingen ten gunste van de exploitatie plaatsvinden ter dekking van afschrijvingslasten en/of overige kosten. 
•    Reserve vervangingsinvesteringen. 
•    Doelreserve nieuw beleid/investeringen. 

Voorzieningen

Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (schulden) van de gemeente. Volgens het Besluit begroting en verantwoording (BBV) is een voorziening slechts toegestaan indien sprake is van te kwantificeren verplichtingen of risico's. Elke voorziening moet de omvang hebben van de betreffende verplichting of risico. Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Steeds opnieuw zal op het moment van het opstellen van de begroting en de jaarrekening moeten worden nagegaan of dergelijke voorzieningen moeten worden getroffen, aangepast of dat deze vrij kunnen vallen.  De onderhoudsegalisatievoorzieningen zijn gebaseerd op de meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen, waarbij rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die terzake geformuleerd zijn. In de paragraaf “onderhoud kapitaalgoederen” die is opgenomen in voorliggende jaarrekening is het beleid terzake nader uiteengezet. 

Vaste schulden 

Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.  Verplichting voortvloeiende uit leasing 
De waardering van de verplichting uit hoofde van de financial leasing van de vervoermiddelen vindt plaats tegen de contante waarde van de contractueel verschuldigde leasetermijnen. 

Vlottende passiva 

De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. 

Borg- en Garantstellingen 

Bij borgstellingen wordt een waarborg voor een bepaald bedrag verleend. Aan de passiefzijde van de balans wordt buiten de balanstelling het bedrag opgenomen van de borg- en garantstellingen. In de toelichting op de balans wordt een specificatie gegeven van de aard van de geldleningen. 

Resultaatbepaling 

De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen, voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s, die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. 
Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar gesteld wordt, conform de voorschriften volgens BBV 2004. 
Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. 
Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden.

Rechtmatigheid

Het college en raad hebben eenduidige afspraken gemaakt over de wijze waarop rechtmatigheid benaderd wordt. Deze afspraken zijn vastgelegd in de financiële verordening en het normenkader.

Balans activa

Terug naar navigatie - Balans per 31 december 2025 en grondslagen - Balans activa

De balans wordt weergegeven voor bestemming resultaat. 

Balans per 31 december 2025
(bedragen X € 1.000)
ACTIVA
Ultimo 2025
Ultimo 2024
Vaste activa
Immateriële vaste activa
2.908
340
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen
0
0
Kosten van onderzoek en ontwikkeling
2.596
0
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
312
340
Materiële vaste activa
175.490
168.917
Investeringen economisch nut waarvoor ter bestrijding
van de kosten een heffing kan worden geheven
18.377
18.749
Overige investeringen met een economisch nut
113.017
114.209
Investeringen in de openbare ruimte met een
44.059
35.922
maatschappelijk nut
Erfpacht
37
37
Financiële vaste activa
5.155
4.044
Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen
175
175
Leningen aan:
- woningbouwcorporaties
0
0
- overige verbonden partijen
0
0
Overige langlopende leningen u/g
4.972
3.861
Overige uitzettingen (looptijd van ≥ 1 jaar)
8
8
Totaal vaste activa
183.553
173.301
Vlottende activa
Voorraden
28.960
45.530
Grond- en hulpstoffen:
- niet in exploitatie genomen bouwgronden
0
0
- overige grond- en hulpstoffen
228
228
Onderhanden werk, waaronder gronden in exploitatie
28.732
45.302
Uitzettingen (looptijd korter dan één jaar)
72.088
13.406
Vorderingen op openbare lichamen
0
7.553
Vorderingen op gemeenten
265
Vordering overige overheden
2.253
Verstrekte kasgeldleningen aan gemeenten
25.000
0
Overige Vorderingen
6.633
5.853
Uitzettingen in ’s Rijksschatkist met een looptijd < 1 jaar
37.937
0
Liquide middelen
539
41.952
Kassaldi
6
7
Banksaldi
533
41.945
Overlopende activa
19.221
16.699
Nog te ontvangen voorschotbedragen van het Rijk
11.463
8.858
Nog te ontvangen voorschotbedragen overheidslichamen
0
3.867
Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen
3.928
3.974
Nog te ontvangen bijdragen Provincie
2.353
Nog te ontvangen bijdragen van Gemeenten
1.477
Totaal vlottende activa
120.808
117.587
TOTAAL ACTIVA
304.361
290.888
Totaalbedrag waarvan het recht bestaat op verliescompensatie VPB
6.708
9.188
Totaalbedrag niet aftrekbare rente waarvoor het recht bestaat om dit later
ten lastte van het resultaat te brengen (generieke rente aftrekbeperking VPB)

Balans passiva

Terug naar navigatie - Balans per 31 december 2025 en grondslagen - Balans passiva
Balans per 31 december 2025
(bedragen X € 1.000)
PASSIVA
Ultimo 2025
Ultimo 2024
Vaste passiva
Eigen vermogen
101.103
90.464
Algemene reserve
70.550
52.660
Bestemmingsreserves
23.430
23.925
Gerealiseerd resultaat
7.123
13.879
Voorzieningen
23.483
20.522
Voorzieningen
23.483
20.522
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van
129.275
144.056
één jaar of langer
Onderhandse leningen van:
- binnenlandse banken en overige financiële instellingen
129.275
144.056
- overige sectoren
0
0
Totaal vaste passiva
253.861
255.042
Vlottende passiva
Netto vlottende schulden met een rente typische
18.506
15.336
looptijd korter dan één jaar
Kasgeldlening aangegaan bij openbare lichamen
0
0
Overige kasgeldleningen
0
0
Banksaldi
0
1
Overige schulden
18.506
15.335
Overlopende passiva
31.994
20.510
De van EU en NL overheidslichamen ontvangen voorschot-
bedragen voor specifieke uitkeringen
0
9.718
Vooruitontvangen bijdragen Rijk
22.699
0
Nog te betalen bedragen
5.013
9.067
Overige vooruit ontvangen bedragen
0
1.725
Vooruitontvangsten (niet-overheid) algemeen
2.332
0
Vooruitontvangen bijdragen Provincie
1.554
0
Vooruitontvangen van Gemeenten
376
0
Vooruitontvangen van overige overheden
20
0
Totaal vlottende passiva
50.500
35.846
TOTAAL PASSIVA
304.361
290.888
Totaalbedrag waartoe aan natuurlijke en rechtspersonen borgstellingen
of garantstellingen zijn verstrekt
201.887
166.706

Toelichting op de balans

Terug naar navigatie - Balans per 31 december 2025 en grondslagen - Toelichting op de balans

De in deze toelichting opgenomen bedragen in de financiële verloopoverzichten moeten worden gelezen als x € 1.000.

ACTIVA

Vaste activa
Vaste activa wordt onderverdeeld in drie soorten, te weten immateriële vaste activa, materiële vaste activa en financiële vaste activa. Hieronder wordt het verloop voor 2025 weergegeven. Investeringen worden afgeschreven conform de lineaire afschrijvingsmethodiek. Voor een toelichting op de gehanteerde afschrijvingstermijnen wordt verwezen naar de paragraaf 'Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling'. Voor de jaarrekening worden de vaste activa beoordeeld op (bijzondere) waardeverminderingen.

Immateriële vaste activa
De post immateriële vaste activa wordt onderscheiden in:

Boekwaarde 31/12/2025
Boekwaarde 31/12/2024
Kosten verbonden aan het sluiten geldleningen
0
0
Kosten onderzoek en ontwikkeling
2.596
0
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
312
340
Totaal
2.908
340

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de immateriële vaste activa gedurende het jaar 2025:

Boekwaarde 1/1/25
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen van derden
Afwaarderingen
Boekwaarde 31/12/25
Kosten verbonden aan het
sluiten van geldleningen
0
0
0
0
0
0
0
Kosten van onderzoek en
ontwikkeling
0
2.596
0
0
0
0
2.596
Bijdragen activa in eigendom van derden
340
0
0
28
0
0
312
Totaal
340
2.596
0
28
0
0
2.908

Materiële vaste activa
De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen:

Boekwaarde 31/12/2025
Boekwaarde 31/12/2024
Overige investeringen met een economisch nut
113.017
114.209
Investeringen economisch nut waarvoor ter bestrijding van de
kosten een heffing kan worden geheven
18.377
18.749
Investeringen in de openbare ruimte met een
maatschappelijk nut
44.059
35.922
Erfpacht
37
37
Totaal
175.490
168.917

Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut waarvan ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven (riolering, afval en begraafplaats) weer:

Boekwaarde 1/1/25
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen van derden
Afwaarderingen
Boekwaarde 31/12/25
Gronden en terreinen (afval)
725
0
0
0
0
0
725
Woonruimten
0
0
0
0
0
0
0
Gebouwen (begraafplaats)
32
0
0
6
0
0
26
Gronden en terreinen (begraafplaats)
0
384
0
0
0
0
384
Gebouwen (afval)
1.143
0
0
36
0
0
1.107
Grond-, weg- en waterbouw-
kundige werken (riool)
16.220
2.757
0
450
3.305
0
15.222
Vervoermiddelen
0
0
0
0
0
0
0
Machines, apparaten en
installaties (afval)
178
210
0
21
0
0
367
Overige vaste activa (begraafplaats)
65
0
0
3
0
0
62
Overige vaste activa (afval)
385
124
0
25
0
0
484
Totaal
18.749
3.475
0
541
3.305
0
18.377

Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de overige investeringen met economisch nut weer:

Boekwaarde 1/1/25
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen van derden
Afwaarderingen
Boekwaarde 31/12/25
Gronden en terreinen
18.270
1.423
0
175
183
0
19.335
Woonruimten
1.558
0
0
86
0
0
1.472
Gebouwen
78.264
1.309
0
2.532
83
0
76.958
Grond-, weg- en
waterbouwkundige werken
5.390
22
0
413
3
0
4.996
Vervoermiddelen
278
232
0
84
0
0
426
Machines, apparaten en
installaties
5.547
271
0
451
18
0
5.349
Ov. materiële vaste activa
4.902
0
0
421
0
0
4.481
Totaal
114.209
3.257
0
4.162
287
0
113.017

Onder bijdragen van derden zijn de bijdragen van derden opgenomen, die direct gerelateerd zijn aan de investering. Onder de afwaarderingen staan de afwaarderingen vermeld wegens duurzame waardeverminderingen.

Voor de dekking van afschrijvingslasten zijn de volgende dekkingsreserves aanwezig: Uitkering HNG, Bevorderen energielabel, Kempen Campus, Basis op orde Urban sportvoorzieningen en Primair onderwijs.

De in het boekjaar gedane investeringen met economisch nut (vanaf € 50) staan in onderstaand overzicht vermeld.

Omschrijving
Bedrag
Vervanging riool Julianastraat
754
2e kunstgrasveld Marvilde
641
Riolering Lange Mees eo
517
Vervanging riool gebied Dreef
460
Riolering Banstraat 2
406
Asbestemmingen De Hoge Boght
384
Sint Jan Baptist tijdelijke huisvesting
316
Vervanging riolering 2025
278
Kunstgras Marvilde 2024
265
Invoering GFT hoogbouw
210
Meerveldhoven
199
Groenploeg/klussenploeg 3x bus
166
Riolering Schaatsenmaker
158
Vervanging ondergrondse afvalcontainers
158
Ambitie renovatie aan het Heike
145
Investeringen sportvelden 2025
137
investeringen sportvelden 2026
132
Videoconferencesystemen/schermen vergaderruimtes
127
Klimaatinstallatie Meiveld 2 bibliotheek
125
Vervanging binnensport 2025
116
Klimaat robuust maken De Gender
105
Uitbreiding kunstgras SDO/toplaag
100
Zilverackers nieuwbouw onderwijs
92
Investeringen speelvelden 2025
89
LED-verlichting plus W-installatie gemeentehuis
85
Brandweeropstelplaats St Jan Baptist
84
Vervangen installatie De Ligt 157
74
Hogedrukreinigingsunit op aanhanger (zwerfvuil)
66
Nieuwbouw Zeelsterhof
57
LED-verlichting Knegselseweg 40
56
Overige per saldo
231
Totaal
6.733

Voor de relatie met het beschikbaar gestelde krediet verwijzen wij naar het cijfermatige overzicht per programma.


De boekwaarde van de investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut had het volgende verloop:

Boekwaarde 1/1/25
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen van derden
Afwaarderingen
Boekwaarde 31/12/25
Gronden en terreinen
0
0
0
0
0
0
0
Grond-, weg- en
waterbouwkundige werken
35.581
8.551
0
848
-435
0
43.719
Machines, apparaten en
installaties
341
30
0
31
0
0
340
Totaal
35.922
8.581
0
879
-435
0
44.059

Onder bijdragen van derden zijn die bijdragen van derden opgenomen, die direct gerelateerd zijn aan het betrokken actief. 

Met ingang van begrotingsjaar 2017 is het verplicht om investeringen met maatschappelijk nut te activeren. In de jaren voor 2017 waren er geen activa die geactiveerd zijn. Investeringen met maatschappelijk nut mogen niet meer in één keer als last worden genomen in de exploitatie. Dit betekent dat afschrijving moet plaatsvinden over de gebruiksduur en dat reserves niet meer direct in mindering op de investering mogen worden gebracht. Ook de verdere behandeling van de activering is gelijk getrokken aan een actief met een economisch nut. 

Voor toekomstige investeringsuitgaven van investeringen met maatschappelijk nut kunnen middelen worden gereserveerd, zodat op het moment van vervanging geen sprong in het lastenniveau wordt gemaakt. Voor de toekomstige vervanging wordt dan een vervangingsreserve gevormd. De volgende vervangingsreserves zijn aanwezig: 
openbare verlichting, groen en vri’s. In deze vervangingsreserves wordt een jaarlijks constant bedrag gespaard voor de toekomstige investeringen en de jaarlijkse afschrijvingslasten van reeds afgeronde investeringen worden hieruit gedekt.

De in het boekjaar gedane investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut (vanaf € 50) staan in onderstaand overzicht vermeld.

Omschrijving
Bedrag
Aansluiting Peter zuidlaan Julianastraat
3.120
HOV4
1.743
Wegen Dreef eo
465
Vervangingsinvestering beplanting 2025
462
Vervangingsinvestering speeltoestellen 2025
281
Vervangingsinvestering bomen 2025
253
Vervangingsinvestering armaturen 2025
249
Vervangingsinvestering meubilair 2025
190
Fietsstructuur west-Veldhoven
182
Vervanging wegen: Banstraat
169
Kempenbaan West: afrondende werkzaamheden
168
Wegen Banstraat 2
152
Wegen De Run 4400
133
Maatregelen randweg A2/fietspad F67
110
Nazorgbudget groen Zilverbaan
105
Omvormen hondenroutes tot regulier groen
101
Wegen Lange Mees eo
98
Vervangingsinvestering masten 2025
67
Rotonde Run 1000 (Peter Zuidlaan)
51
Overige per saldo
481
Totaal
8.580

De boekwaarde van de erfpachtgronden is in het boekjaar niet gemuteerd. Er heeft geen afkoop van eeuwigdurende erfpacht plaatsgevonden.

Financiële vaste activa
Het verloop van de financiële vaste activa gedurende het jaar 2025 wordt in onderstaand overzicht weergegeven:

Boekwaarde 1/1/25
Investeringen
Desinvesteringen
Aflossingen afschrijvingen
Boekwaarde 31/12/25
Kapitaalverstrekkingen aan:
- deelnemingen
175
0
0
0
175
- gemeenschappelijke regelingen
0
0
0
0
0
- overige verbonden partijen
0
0
0
0
0
Leningen aan:
- openbare lichamen
0
0
0
0
0
- woningbouwcorporaties
0
0
0
0
0
- deelnemingen
0
0
0
0
0
- overige verbonden partijen
0
0
0
0
0
Overige langlopende leningen u/g
3.861
1.716
0
605
4.972
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met rentetypische looptijd van ≥ 1 jaar
0
0
0
0
0
Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een looptijd ≥ 1 jaar
0
0
0
0
0
Overige uitzettingen (looptijd ≥ 1 jaar)
8
0
0
0
8
Totaal
4.044
1.716
0
605
5.155

De kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen bestaan uit:

Boekwaarde 31/12/2025
Boekwaarde 31/12/2024
Deelname Brabant Water
4
4
Aandelen BNG
80
80
Aandelen Brainport Development NV
92
92
Totaal
175
175

De overige langlopende leningen bestaan uit:

Boekwaarde 31/12/2025
Boekwaarde 31/12/2024
Lening LED-verlichting sportpark Zeelst
24
26
Lening LED-verlichting sportpark VLTC
17
21
Starterslening 1e woning aankopen
1.401
1.790
Stimuleringslening aankoop woningen
1.158
1.294
Starterslening 1e woningaankoop/amendement Begr24
2.222
542
Leningen u/g: startersleningen
150
187
Totaal
4.972
3.861

De overige uitzettingen met een looptijd > 1 jaar bestaan uit:

Boekwaarde 31/12/2025
Boekwaarde 31/12/2024
Diverse obligaties
8
8
Totaal
8
8

Vlottende activa

Voorraden
De in de balans opgenomen voorraden worden uitgesplitst naar de volgende categorieën:

Boekwaarde 31/12/2025
Boekwaarde 31/12/2024
Grond- en hulpstoffen, gespecificeerd naar:
Niet in exploitatie genomen bouwgronden
0
0
Overige grond- en hulpstoffen
228
228
Sub-totaal
228
228
Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie
28.732
45.302
Gereed product en handelsgoederen
0
0
Vooruitbetalingen
0
0
Sub-totaal
28.732
45.302
Totaal
28.960
45.530

Als er tussentijds winst wordt genomen, gebeurd dit middels de POC methode.

Van de overige grond- en hulpstoffen kan van het verloop in 2025 het volgende overzicht worden weergegeven:

Boekwaarde 1/1/25
Afboeking
Investeringen
Inkomsten
Winstuitname
Boekwaarde 31/12/25
Overige grond- en hulpstoffen
Verspreid liggende percelen
228
0
0
0
0
228
Totaal
228
0
0
0
0
228

Van de in exploitatiegenomen gronden (IEG) kan van het verloop in 2025 het volgende overzicht worden weergegeven:

Boekwaarde 1/1/25
Voorziening verlieslatend complex
Balanswaarde 1/1/25
Investeringen
Inkomsten
Winstuitname
Boekwaarde 31/12/25
Voorziening verlieslatend complex
Balanswaarde 31/12/25
In exploitatiegenomen gronden (IEG)
Habraken fases
18.396
0
18.396
2.426
-3.774
2.715
19.763
0
19.763
Slot-oost
3.705
0
3.705
1.177
-8.232
1.135
-2.215
0
-2.215
Noordrand Zandven
-288
0
-288
192
0
96
0
0
0
Springplank
-1.892
0
-1.892
49
0
30
-1.813
0
-1.813
Zilverackers, De Drie Dorpen
30.396
-5.430
24.967
5.854
-19.216
0
17.034
-4.858
12.177
Djept
565
0
565
3.324
-3.068
0
820
0
821
Gansepoel
-151
0
-151
47
0
104
0
0
0
Totaal
50.731
-5.430
45.302
13.069
-34.290
4.080
33.590
-4.858
28.733
Verwachting complexen met kostprijscalculatie (incl. inflatie):
Nog te maken kosten
59.709
Nog te verwachten opbrengsten
97.507
Verwacht exploitatie-resultaat (-/- is voordelig)
-9.065

Het herzien van de diverse bouwgrondexploitaties betekent dat de ramingen en/of planningen zijn aangepast ten opzichte van de berekeningen van de begroting 2026. Een grondslag hiervoor ligt in een gewijzigd ruimtegebruik of een aangepaste planning van gronduitgifte als gevolg van de gewijzigde marktvraag. Ten behoeve van de bouwgrondexploitaties van de jaarrekening 2025 is rekening gehouden met de woningbouwplanning en bedrijfskavelplanning.

Parameters

De parameters vormen input voor de berekeningen bij de jaarrekening 2025. Alle bouwgrondexploitaties gaan uit van de netto contante waarde per 01-01-2026. De hierbij gehanteerde parameters zijn:
• Rente 1,1% op jaarbasis;
• Disconteringsvoet 2,0% (op basis van ECB en BBV-regelgeving);
• Kostenstijging op jaarbasis o.b.v. Metafoor/Stadkwadraat/Regio-cijfers:
   •    3% in 2025, 3,75% in 2026, 3% in 2027, 3% in 2028 daarna 2%;
• Opbrengstenstijging op jaarbasis o.b.v. Metafoor/Stadkwadraat/Regio-cijfers:
   •    bij woningbouw  4% in 2026, 3% in 2027, 3% in 2028 daarna 2%;
   •    bij bedrijventerreinen 2%.


Uiteraard betreft dit een inschatting die periodiek wordt herzien en waarbij de waardering in het komende jaar zowel positief als negatief kan uitvallen. Het college is van mening dat op basis van de huidige informatie en inzichten de beste schatting is gemaakt voor de waardering van de in exploitatie genomen gronden. De risico’s zijn nader toegelicht in de paragraaf Grondbeleid en de paragraaf Weerstandsvermogen in het jaarverslag. 

Om inzicht te verkrijgen in de aannames en de bandbreedtes van de eindwaarden zijn er enkele scenario’s doorgerekend met aangepaste parameters. Er is een scenario berekend voor rente, opbrengstenindexering, kostenindexering en een combinatie van rente en opbrengstenindexering, allen gebaseerd op de resultaten van de bouwgrondexploitaties bij de jaarrekening 2025. Het resultaat van de jaarrekening 2025 bedraagt op eindwaarde € 2.535 negatief (en daarnaast in totaal € 8.159 aan winstnemingen).

Indien de rente van alle BGE’s met 1,0% toeneemt (van 1,1% naar 2,1%), dan bedraagt het eindsaldo € 3.470 negatief (en in totaal € 8.159 aan winstnemingen). Conclusie is dat de som van alle BGE’s door de winstnemingen positief blijft. 
Indien de opbrengststijging van alle BGE’s 0,0% bedraagt over de gehele looptijd, dan bedraagt het eindsaldo € 6.590 negatief (en in totaal € 8.159 aan winstnemingen). De conclusie is dat de som van alle BGE’s door de winstnemingen positief blijft. 
Indien de kostenstijging van alle BGE’s met 1,0% toeneemt, dan bedraagt het eindsaldo € 3.903 negatief (en in totaal € 8.159 aan winstnemingen). De conclusie is dat de som van alle BGE’s door de winstnemingen positief blijft. 
Indien het rentescenario en het opbrengstenscenario gecombineerd worden dan bedraagt het eindsaldo € 7.624 negatief (en in totaal € 8.159 aan winstnemingen). De conclusie is daarmee dat de som van alle BGE’s door de winstnemingen positief blijft. 

Het grootste effect heeft het gecombineerde rente en opbrengstenstijgingsscenario. En dan specifiek het opbrengstenscenario. Dit komt omdat de gemeente in totaal nog € 93.622 aan opbrengsten verwacht. Van die verwachte opbrengsten komt circa 60%  uit verkopen van woningbouwlocaties en 40% uit verkopen van bedrijventerreinen. 

De gemeente heeft conform raadsbeleid een risicoanalyse opgesteld voor het plan Habraken. Zoals gangbaar, zijn de risico’s voor dit project geïnventariseerd, en afgezet tegen de verwachte contante waarde (het resultaat). Uit de inventarisatie kwamen verschillende risico’s naar voren. Zo speelt een planologisch risico, een stikstof risico en een vertragingsrisico door congestie op het elektriciteitsnet en het Didam arrest. Ook is voorzichtigheidshalve een risico opgenomen voor het mogelijk aantreffen van PFAS in het gebied. Het standpunt van de gemeente is dat alle bovengenoemde risico’s in de huidige BGE-berekening voldoende zijn opgenomen.

De gemeente heeft tevens conform raadsbeleid een risicoanalyse opgesteld voor het plan Zilverackers. Zoals gangbaar, zijn de risico’s voor dit project geïnventariseerd, en afgezet tegen de verwachte contante waarde (het resultaat). Uit de inventarisatie kwam een planologisch(ook stikstof)-, een afzetrisico, en, omdat er een nieuw bestemmingsplan is opgesteld, een planschaderisico. Ook is er dit jaar een risico opgenomen voor de netcongestie voor bestaande school in het gebied en een eventueel te realiseren supermarktvoorziening. De verliesvoorziening is bijgesteld naar het negatieve resultaat van de BGE. Het standpunt van de gemeente is dat het planschaderisico in de huidige BGE-berekening voldoende is opgenomen. Voor de overige risico’s wordt een bedrag van € 262 opgenomen in de risicoparagraaf.

Om dit risico voor Zilverackers te beperken zijn de volgende beheersmaatregelen getroffen:
1.    De gemeente geeft, vanwege de huidige behoefte vanuit de markt en risicobeheersing, zowel voor projectmatige bouw als voor particuliere kavels versneld grond uit. Het projectmatige deel van Huysackers is inmiddels verkocht, Bosackergehucht is nagenoeg uitgegeven, het gehucht Zuid is in aanbouw en zo ook Villapark in het bos. De meeste  woongebieden in het Kransackerdorp, inclusief delen van het landschap, zijn daarmee gerealiseerd of in ontwikkeling. Van de in 2024 extra bouwkavels die in verkoop zijn gebracht is deels verkocht en op anderen liggen een optie. De openbare ruimte voor Bosackers en De Erven zijn zo goed als gereed. Tot slot resteren de nog uit te geven deelgebieden Gehucht Noord, Het Klooster, Bosgehucht en De Landschappelijke Erven. 
2.    Regionale afspraken met betrekking tot woningbouwaantallen en de kwaliteit van de woningbouwlocaties bieden voldoende zekerheid over de gemeentelijke gronduitgifte;
3.    Momenteel wordt kritisch gekeken naar de kostenramingen, en wordt bekeken op welke onderdelen nog kostenbesparingen zijn te realiseren.
4.    De plannen van Zilverackers zijn ruimtelijk flexibel van opzet en kunnen bijgesteld worden.
5.    Herijking van Zilverackers.


Uitzettingen (looptijd korter dan één jaar)
De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Soort vordering
Saldo 31/12/25
Voorziening oninbaarheid
Gecorrigeerd saldo 31/12/25
Gecorrigeerd saldo 31/12/24
Vorderingen op openbare lichamen
0
0
0
7.553
Vorderingen op gemeente
265
0
265
0
Vorderingen overige overheden
2.253
0
2.253
0
Verstrekte kasgeldleningen aan
0
0
0
0
gemeente
25.000
0
25.000
0
Overige verstrekte kasgeldleningen
0
0
0
0
Uitzettingen 's Rijks schatkist <1 jaar
0
0
0
0
Rekening-courantverhoudingen Rijk
0
0
0
0
Rekening-courantverhoudingen met
0
0
0
0
niet-financiële instellingen
0
0
0
0
Uitzettingen in de vorm van Nederlands
0
0
0
0
schuldpapier < 1 jaar
0
0
0
0
Overige vorderingen
7.392
759
6.633
5.853
Uitzettingen in ’s Rijksschatkist met een looptijd < 1 jaar
37.937
0
37.937
0
Totaal
72.847
759
72.088
13.406

Voorzieningen oninbaarheid
De voorziening voor oninbaarheid bestaat uit de onderdelen dubieuze debiteuren WIZ, dubieuze belastingdebiteuren en dubieuze debiteuren algemeen.

Rekening 110133 – Schatkistbankieren
Rekening 110133 (ten behoeve van schatkistbankieren) is tot en met 2024 op de balans opgenomen onder liquide middelen. Volgens artikel 39 van het BBV dient deze rekening echter te worden verantwoord als uitzetting.
Met ingang van 2025 is de presentatie hierop aangepast en wordt deze rekening correct opgenomen onder uitzettingen, conform artikel 39 BBV.

Liquide middelen

Boekwaarde 31/12/2025
Boekwaarde 31/12/2024
Kassaldi
6
7
Banksaldi
533
41.945
Totaal
539
41.952



Overlopende activa

De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden:

Boekwaarde 31/12/2025
Boekwaarde 31/12/2024
Nog te ontvangen voorschotbedragen van het Rijk
11.463
8.858
Nog te ontvangen voorschotbedragen van overheidslichamen
0
3.867
Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen
3.928
3.974
Nog te ontvangen bijdragen provincie
2.353
0
Nog te ontvangen bijdragen van gemeenten
1.477
0
Totaal
19.221
16.699

Onder de vooruitbetaalde bedragen vallen o.a. de reeds gemaakte kosten voor projecten in het kader van het faciliterend grondbeleid.

De in de balans opgenomen nog te ontvangen voorschotbedragen van het rijk, ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Soort vordering
Saldo 1/1/2025
Toevoegingen
Ontvangen Bedragen
Saldo 31/12/2025
BCF opgaaf (inclusief nog te suppleren BCF/BTW fiscaal)
10.679
10.918
10.581
11.016
SPUK Opvang Oekraïners
-104
-432
-104
-432
SPUK Sportstimulering
92
-614
31
-553
Rijk Gelden HOV4 (Beethoven&Brainport)
0
596
0
596
Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed
-609
-49
0
-658
SPUK CDOKE
-1.453
0
-1.453
0
Gemeentefonds
252
310
252
310
Realisatiestimulans 2025. 169 woningen
0
1.183
0
1.183
Totaal
8.858
11.912
9.307
11.463

De in de balans opgenomen nog te ontvangen voorschotbedragen van overheidslichamen, ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Soort vordering
Saldo 1/1/2025
Toevoegingen
Ontvangen Bedragen
Saldo 31/12/2025
Kempenbaan West (NL overig)
2.150
0
0
2.150
Maatregelenpakket de Run (NL overig)
1.717
0
1.717
0
Provincie HOV4 (Beethoven&Brainport)
0
203
0
203
Totaal
3.867
203
1.717
2.353
Soort vordering
Saldo 1/1/2025
Toevoegingen
Ontvangen Bedragen
Saldo 31/12/2025
Jeugdzorgplus gemeente Eindhoven
0
1.392
0
1.392
KIT bijdragen gemeenten
0
85
0
85
Totaal
0
1.477
0
1.477

Niet uit de balans blijkende rechten

Vennootschapsbelasting
Het bedrag waarvan het recht bestaat op verliescompensatie krachtens de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 is als volgt te specificeren:

 

Boekwaarde 31/12/2025
Boekwaarde 31/12/2024
Verrekenbaar t/m
Verliescompensatie VPB
6.708
9.188
Onbeperkt
Niet aftrekbare rente
0
0
Onbeperkt
Totaal
6.708
9.188

Verliezen uit boekjaren die beginnen op 1 januari 2013 of later, zijn op basis van de verliesverrekeningsregels die gelden per 1 januari 2022 en het daarbij behorende overgangsrecht onbeperkt voorwaarts in de tijd verrekenbaar.
Daarnaast wordt met deze verliesverrekeningsregels ook een beperking ingevoerd (op de ultimo 2021 nog niet verrekende verliezen) die inhoudt dat verliezen slechts tot een bedrag van € 1.000 volledig verrekenbaar zijn bij de aanwezigheid van voldoende winst. Voor zover een verlies het bedrag van € 1.000.000 overstijgt, vindt slechts verrekening plaats tot een bedrag van € 1.000.000 vermeerderd met 50% winst nadat die winst is verminderd met € 1.000.000.

Vanaf 1 januari 2019 geldt in het kader van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 de generieke rente-aftrekbeperking.
Deze aftrekbeperking is van toepassing op alle boekjaren die aanvangen na 1 januari 2019. De hoofdregel luidt dat bij het bepalen van de
fiscale winst vanaf 2019 het saldo aan renten niet in aftrek komt voor zover dit meer bedraagt dan:
1. 20% van de gecorrigeerde winst; of
2. de drempel van € 1.000.000
De hoogste van beide bedragen is van toepassing. 
Kort gezegd betekent dit dat de rente-aftrekcapaciteit 20% van de gecorrigeerde winst is met een minimum van € 1.000.000
Als een gedeelte van de rente in enig jaar niet in aftrek kan worden gebracht kan dit worden voort gewenteld naar een volgend jaar. Indien in een volgend jaar de berekende rente-aftrekcapaciteit niet volledig wordt benut, kan deze dan alsnog ten laste van het resultaat worden gebracht. De rente die nog verrekend kan worden in toekomstige jaren  is ultimo 2025 nihil.

Passiva

Terug naar navigatie - Balans per 31 december 2025 en grondslagen - Passiva

Vaste Passiva

Eigen vermogen
Het in de balans opgenomen Eigen Vermogen bestaat uit de volgende posten:

Boekwaarde 31/12/2025
Boekwaarde 31/12/2024
Algemene reserve
70.550
52.660
Bestemmingsreserves
23.430
23.925
Gerealiseerd resultaat
7.123
13.879
Totaal
101.103
90.464

Het verloop in 2025 wordt in onderstaand overzicht per reserve weergegeven. 

Reserves
Saldo 31/12/2024
Resultaat 2024
Toevoeging
Onttrekking
Dekking afschrijvingen
Saldo 31/12/2025
Gerealiseerd resultaat
13.879
0
7.123
13.879
0
7.123
Totaal Gerealiseerd resultaat
13.879
0
7.123
13.879
0
7.123
Risicoreserve (benoemde risico's)
4.134
0
-642
0
0
3.492
Risicoreserve (onbenoemde risico's)
10.000
0
0
0
0
10.000
Vrije reserve
38.527
0
19.174
642
0
57.059
Totaal algemene reserve
52.660
0
18.532
642
0
70.550
Dekkingsreserve primair onderwijs
7.105
0
0
0
440
6.665
Dekkingsreserve urban sportvoorzieningen
90
0
0
0
0
90
Dekkingsreserve bevordering energielabel
446
0
0
0
52
393
Dekkingsreserve Kempen Campus
1.628
0
0
0
117
1.510
Vervangingsreserve openbare verlichting
4.641
0
327
0
93
4.875
Vervangingsreserve openbaar groen
6.076
0
283
2.126
134
4.098
Vervangingsreserve bomen
0
0
1.243
0
41
1.202
Vervangingsreserve speelvoorzieningen
0
0
1.160
0
12
1.148
Vervangingsreserve VRI
1.374
0
68
0
16
1.427
Doelreserve stimuleringsfonds Brainport
106
0
0
40
0
66
Doelres. energietransitie gebouwde omgev.2023-2026
2.011
0
0
351
0
1.660
Dekkingsreserve tijdelijke huisvestingslocaties
297
0
0
1
0
297
Afbouw BGE complexen
151
0
0
151
0
0
Totaal bestemmingsreserves
23.925
0
3.081
2.669
907
23.430
Totaal Reserves
76.585
0
21.613
3.311
907
93.980
Totaal Eigen Vermogen
90.464
0
28.736
17.190
907
101.103

De algemene reserves zijn ingedeeld in de volgende categorieën:
1)    Risicoreserve benoemde risico’s. Dit zijn benoemde risico’s volgens de risico-inventarisatie (benodigde weerstandscapaciteit).
2)    Risicoreserve onbenoemde risico’s. Dit zijn onbenoemde risico’s en dient als extra buffer vanuit het oogpunt van voorzichtigheid.
3)    Vrije reserve. 

De bestemmingsreserves zijn ingedeeld in de volgende categorieën:
1)    Dekkingsreserve waaruit meerjarig onttrekkingen ten gunste van de exploitatie plaatsvinden ter dekking van afschrijvingslasten en/of overige kosten.
2)    Reserve vervangingsinvesteringen.
3)    Doelreserve nieuw beleid/investeringen. 

Risicoreserve (benoemde risico's)
Het verloop van de Risicoreserve (benoemde risico's) in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
4.134
1 Toevoegingen u.h.v. resultaatbestemming (bijstelling saldo)
-642
-642
+
2 Onttrekking u.h.v. resultaatbestemming
0
0
-
Stand per 31-12-2025
3.492

In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting wordt een uiteenzetting van specifieke en algemene risico’s gepresenteerd. Door risicomanagement kunnen de negatieve effecten worden geminimaliseerd of voorkomen. Voor de ongedekte risico’s dient een risicoreserve te worden aangehouden. Met behulp van een simulatiemodel kan het benodigde bedrag worden berekend. Dit bedrag moet worden verminderd met de eventuele onbenutte belastingcapaciteit, stille reserves en structurele begrotingsruimte. 

In de risicobepaling verdienen de risico’s met betrekking tot de bouwgrondexploitatie bijzondere aandacht. Enerzijds omdat bij de huidige bedrijvigheid de mogelijke impact zeer groot is, anderzijds omdat er naast specifieke risico’s per exploitatie ook algemene risico’s voor de gehele bouwgrondexploitatie van toepassing zijn. De impact van deze algemene risico’s worden berekend in zogenaamde worst-case-scenario’s waar in ieder geval de financiële gevolgen van tegenvallers op de parameters rentepercentage, kostenstijging, opbrengstendaling en vertraging afzonderlijk in beeld worden gebracht. In combinatie met de inschatting van de kans op het zich voor doen van de oorzaken vormt deze informatie samen met de specifieke risico’s per complex de input voor het simulatiemodel. Het gecalculeerde risico per complex wordt vergeleken met het resultaat van het expected-case-scenario (de in de begroting opgenomen kostprijscalculatie). Als het risico groter is dan het in de begroting opgenomen resultaat wordt voor het verschil een risicoreserve gevormd. Indien het risico dit resultaat niet overstijgt wordt geen risicoreserve gevormd.

Risicoreserve (onbenoemde risico's)
Het verloop van de Risicoreserve (onbenoemde risico's) in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
10.000
1 Toevoegingen u.h.v. resultaatbestemming
0
0
+
Stand per 31-12-2025
10.000

Omdat het onmogelijk is een limitatieve lijst van risico’s op te stellen, zal naast de reserve benoemde risico’s ook een reserve onbenoemde/onvoorziene risico’s worden aangehouden. De hoogte is vastgesteld op € 10.000.

Vrije reserve
Het verloop van de vrije reserve in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
38.527
1 Toevoegingen u.h.v. resultaatbestemming
Bijstelling risicoreserve
642
Mutatie verliesvz. Zilverackers
572
Afsluiting Gansepoel
104
Afsluiting Noordrand Zandven
96
Tussentijdse winstneming Slot Oost
1.135
Tussentijdse winstneming Habraken
2.715
Tussentijdse winstneming Springplank
30
Jaarrekeningresultaat 2024
13.879
19.173
+
2 Onttrekking u.h.v. resultaatbestemming
Vennootschapsbelasting
642
642
-
Stand per 31-12-2025
57.059

Indien en voor zover er na de vorming van alle overige beschreven algemene- en bestemmingsreserves eigen vermogen resteert, wordt deze gepresenteerd als vrij vermogen. 

Dekkingsreserve primair onderwijs
Het verloop van de dekkingsreserve primair onderwijs in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
7.105
1 Toevoegingen u.h.v. Resultaatbestemming
Storting tlv vrije reserve voor aansluiting boekwaarde
0
0
+
2 Onttrekking i.v.m. Afschrijving activa
Investeringen primair onderwijs
440
440
-
Stand per 31-12-2025
6.665

Deze dekkingsreserve is bedoeld om de afschrijvingslasten van de investeringen primair onderwijs in de exploitatie te dekken. 

Dekkingsreserve urban sportvoorzieningen
Het verloop van de dekkingsreserve urban sportvoorzieningen in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
90
1 Toevoegingen
Storting tlv dekkingsreserve urban sportvoorzieningen
0
0
+
2 Onttrekking i.v.m. Afschrijving activa
Investeringen urban sportvoorzieningen
0
0
-
Stand per 31-12-2025
90

Deze dekkingsreserve is bedoeld om de afschrijvingslasten van de investeringen urban sportvoorziening in de exploitatie te dekken. 

Dekkingsreserve bevordering energielabel
Het verloop van de dekkingsreserve bevordering energielabel in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
446
1 Toevoegingen u.h.v. Resultaatbestemming
Storting tlv vrije reserve voor aansluiting boekwaarde
0
0
+
2 Onttrekking i.v.m. Afschrijving activa
Investeringen energielabel
52
52
-
Stand per 31-12-2025
393

Deze dekkingsreserve is bedoeld om de afschrijvingslasten van de investering bevordering energielabel in de exploitatie te dekken. 

Dekkingsreserve Kempen Campus
Het verloop van de dekkingsreserve Kempen Campus in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
1.628
1 Toevoegingen u.h.v. Resultaatbestemming
Storting vanuit dekkingsreserve voortgezet onderwijs
0
0
+
2 Onttrekking i.v.m. Afschrijving activa
Investeringen voortgezet onderwijs
117
117
-
Stand per 31-12-2025
1.510

Deze dekkingsreserve is bedoeld om de afschrijvingslasten van de investering Kempen Campus sport in de exploitatie te dekken. 

Vervangingsreserve openbare verlichting
Het verloop van de vervangingsreserve openbare verlichting in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
4.641
1 Toevoegingen u.h.v. resultaatbestemming
Toevoeging vanuit exploitatie
327
327
+
2 Onttrekking u.h.v. resultaatbestemming
Afschrijving dekking investering openbare verlichting
93
93
-
Stand per 31-12-2025
4.875

Op basis van de in het beheerplan openbare verlichting opgenomen vervangingsinvesteringen is deze vervangingsreserve gevormd. Deze reserve wordt gebruikt om de afschrijvingslasten van de investeringen openbare verlichting te dekken.

Vervangingsreserve openbaar groen
Het verloop van de vervangingsreserve openbaar groen in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
6.076
1 Toevoegingen u.h.v. resultaatbestemming
Toevoeging vanuit de exploitatie
283
283
+
2 Onttrekking u.h.v. Resultaatbestemming
Afschrijving dekking investeringen openbaar groen
134
Overboeken saldo naar vervanginsreserve bomen en
vervangingsreserve speelvoorzieningen
2.126
2.260
-
Stand per 31-12-2025
4.099

Op basis van de in het beheerplan openbaar groen opgenomen vervangingsinvesteringen is deze vervangingsreserve gevormd. Deze reserve wordt gebruikt om de afschrijvingslasten van de investeringen openbaar groen te dekken.

Vervangingsreserve bomen
Het verloop van de vervangingsreserve bomen in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
0
1 Toevoegingen u.h.v. resultaatbestemming
Toevoeging vanuit de exploitatie
210
Saldo van vervangingsreserve openbaar groen
1.033
1.243
+
2 Onttrekking u.h.v. Resultaatbestemming
Afschrijving dekking investeringen openbaar groen
41
41
-
Stand per 31-12-2025
1.202
Vervangingsreserve speelvoorzieningen
Vervangingsreserve speelvoorzieningen
Stand per 31-12-2024
0
1 Toevoegingen u.h.v. resultaatbestemming
Toevoeging vanuit de exploitatie
66
Saldo van vervangingsreserve openbaar groen
1.094
1.160
+
2 Onttrekking u.h.v. Resultaatbestemming
Afschrijving dekking investeringen openbaar groen
12
12
-
Stand per 31-12-2025
1.148



Vervangingsreserve VRI
Het verloop van de vervangingsreserve VRI in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
1.374
1 Toevoegingen u.h.v. resultaatbestemming
Toevoeging vanuit de exploitatie
68
68
+
2 Onttrekking u.h.v. Resultaatbestemming
Afschrijving dekking investeringen verkeersregelinstallatie
16
16
-
Stand per 31-12-2025
1.426

Op basis van de in het VRI (VerkeerRegelInstallatie) beheerplan opgenomen vervangingsinvesteringen is deze vervangingsreserve gevormd. Deze reserve wordt gebruikt om de afschrijvingslasten van de investeringen VRI te dekken.

Doelreserve stimuleringsfonds Brainport
Het verloop van de doelreserve stimuleringsfonds Brainport in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
106
1 Toevoegingen u.h.v. resultaatbestemming
Storting t.l.v. Exploitatie
0
0
+
2 Onttrekking u.h.v. Resultaatbestemming
Samenwerkingsovereenkomst Van Gogh Nationaal Park
40
40
-
Stand per 31-12-2025
66

Deze doelreserve is voor nog in te dienen projecten en initiatieven m.b.t. Brainport. 

Doelres. energietransitie gebouwde omgev.2023-2026
Het verloop van de doelreserve energietransitie in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
2.011
1 Toevoegingen u.h.v. Resultaatbestemming
Overschot in exploitatie
Storting tlv vrije reserve
0
0
+
2 Onttrekking u.h.v. resultaatbestemming
351
351
-
Stand per 31-12-2025
1.660

Deze doelreserve wordt ingezet voor maatregelen  ter bevordering van de energietransitie.

Dekkingsreserve tijdelijke huisvestingslocaties
Het verloop van de reserve tijdelijke huisvestingslocaties in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
297
1 Toevoegingen u.h.v. resultaatbestemming
Storting tlv reserve Gisv (volkshuisvesting)
0
+
2 Onttrekking u.h.v. resultaatbestemming
Dekking exploitie tijdelijke huisvesting
1
1
-
Stand per 31-12-2025
296

Deze reserve is opgebouwd uit de middelen van de reserve Gisv (volkshuisvesting) en is bestemd voor de investeringen voor de tijdelijke huisvestingslocaties. Deze reserve wordt gebruikt om de afschrijvingslasten van de investeringen te dekken.

Doelreserve afbouw BGE complexen
Het verloop van de doelreserve afbouw complexen in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
151
1 Toevoegingen u.h.v. resultaatbestemming
Afbouwcomplex
0
0
+
2 Onttrekkingen u.h.v. resultaatbestemming
Afbouwcomplex
151
151
-
Stand per 31-12-2025
0

Deze doelreserve wordt gevoed wanneer een grondexploitatie complex financieel wordt afgesloten (het resultaat wordt genomen) terwijl er nog wat laatste werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. De uitgaven voor deze werkzaamheden worden uit deze reserve gedekt.

Voorzieningen
Het verloop van de voorzieningen in 2025 wordt in onderstaand overzicht weergegeven. 

Voorzieningen
Saldo 31/12/2024
Toevoeging
Vrijval
Aanwending
Saldo 31/12/2025
Onderhoud eigendommen
1.043
1.884
0
1.587
1.340
Voorziening wethouderspensioenen
4.559
1.241
0
366
5.435
Voorziening onderhoud wegen
2.421
1.562
0
846
3.136
Voorziening rioolbeheer: vervanging
10.772
1.673
0
2.114
10.331
Voorziening rioolbeheer: egalisatie
486
1.121
0
512
1.095
Egalisatievoorziening afvalstoffenheffing
287
431
0
37
681
Voorziening verlofsparen
178
266
0
0
444
Voorziening verlofsaldi
776
29
0
0
805
Voorziening RVU (Regeling Vervroegde Uittreding)
0
327
0
112
215
Totaal voorzieningen
20.522
8.535
0
5.574
23.483

Aanwendingen van de voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht.

Voorziening onderhoud eigendommen
Het verloop van de voorziening onderhoud eigendommen in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
1.043
1 Toevoegingen
Storting tlv exploitatie
1.884
1.884
+
2 Onttrekking
Aanwending gemeentelijke gebouwen
1.587
1.587
-
Stand per 31-12-2025
1.340

De voorziening onderhoud eigendom is een onderhoudsvoorziening voor gebouwen met als doel het voorkomen van pieken en dalen in de exploitatie.
De basis voor de berekening van de onderhoudsvoorziening voor openbare eigendommen is de onderhoudsplanning zoals die door de afdeling wordt opgesteld en bijgehouden. 

Voorziening wethouderspensioenen
Het verloop van de voorziening wethouderspensioenen in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
4.559
1 Toevoegingen
Stortingen pensioenverplichtingen
1.241
1.241
+
2 Onttrekking
Onttrekking pensioenverplichtingen
0
Uitbetaling pensioenen
365
365
-
Stand per 31-12-2025
5.435

Op grond van de wet APPA hebben alle gemeenten de verplichting om politiek ambtsdragers (i.c. wethouders) of diens nagelaten betrekkingen van een inkomen te voorzien bij ouderdom (65 jaar), overlijden, arbeidsongeschiktheid en / of tijdens een wachttijdperiode. Tot 2012 heeft onze gemeente gekozen voor een verzekeringsconstructie. Na een analyse is besloten om de ouderdoms- en nabestaandenpensioenen voor wethouders niet langer te (her)verzekeren, maar over te gaan tot het inrichten van deze voorziening voor hetzelfde doel. De reeds “gespaarde” bedragen via de (her)verzekeringsconstructie blijven bij de respectieve verzekeraars ondergebracht tot het verzekerd voorval zich voordoet. 

Bij het opstellen van de jaarrekening is de voorziening voor Appa-pensioenen geactualiseerd op basis van het recente rapport van PROambt. Uit deze actualisatie blijkt dat de eerder gevormde voorziening voor de individuele pensioenverplichtingen hoger was dan noodzakelijk. Hierdoor kon een klein deel van de voorziening vrijvallen. Tegelijkertijd schrijft de Commissie BBV sinds eind 2025 voor dat gemeenten ook een aanvullende voorziening moeten opnemen voor de toekomstige collectieve waardeoverdracht naar het nog op te richten Appa-fonds. Deze aanvullende verplichting volgt uit nieuwe landelijke regelgeving en heeft betrekking op verschillende opslagen die voortkomen uit actuarieel bepaalde risico’s en fondskosten. Voor deze collectieve component moet de voorziening worden verhoogd. Door deze twee bewegingen, een beperkte vrijval bij het individuele deel en een toevoeging voor de collectieve verplichting, sluit de totale voorziening nu weer aan bij de actuele wettelijke eisen en de berekeningen van PROambt. Hiermee voldoet de gemeente aan het BBV en is de voorzieningenpositie passend ingericht richting de overgang naar het toekomstige Appa-fonds.

Voorziening onderhoud wegen
Het verloop van de voorziening onderhoud wegen in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
2.421
1 Toevoeging
Beheerplan
1.562
1.562
+
2 Onttrekking
Onderhoudskosten
846
846
-
Stand per 31-12-2025
3.137

De voorziening onderhoud wegen is een onderhoudsvoorziening voor het wegennet met als doel het voorkomen van pieken en dalen in de exploitatie.
De basis voor de berekening van de onderhoudsvoorziening is de onderhoudsplanning zoals die door de afdeling wordt opgesteld en bijgehouden. 

Voorziening rioolbeheer 
De voorziening rioolbeheer is gebaseerd op zowel onderhouds- als vervangingsverplichtingen uit het beheerplan Riool (voorheen vGRP). Deze zijn verwerkt en vastgesteld in de begroting 2024. De vervangingen alsmede het beheer en onderhoud van deze jaarrekening zijn direct te relateren aan het beheerplan Riool. 
In het vorige GRP werd gespaard voor vervangingsinvesteringen in de voorziening riolering. De investeringen werden lineair afgeschreven en ter dekking van de afschrijving (last) werd een onttrekking uit de voorziening riolering naar de exploitatie (baat) geboekt. Deze systematiek is niet meer toegestaan volgens de BBV.

Voor de nieuwe systematiek is gekozen voor een combinatie Activeren en afschrijven en Sparen voor vervangingsinvesteringen. Door vervangingsinvesteringen te activeren en af te schrijven worden de kosten direct aan het gebruik toegekend. Op termijn lopen de cumulatieve kapitaallasten op, met name door de rente die wordt toegerekend over de boekwaarde van de investeringen. Door te sparen voor vervangingsinvesteringen worden de jaarlijkse lasten geëgaliseerd en worden de kosten op termijn beperkt. Het gespaarde bedrag wordt direct in mindering gebracht op de boekwaarde van de investering. Hierdoor zijn er geen afschrijvingslasten en wordt er ook geen rente toegerekend. 

In het beheerplan Riool 2021 worden de investeringen in de eerste 4 jaar grotendeels geactiveerd en afgeschreven. Vanaf 2025 wordt de helft van het investeringsvolume afgeschreven en de helft van de investeringen krijgt een afboeking door een onttrekking uit de spaarvoorziening. Beide systematieken liggen in lijn met de notitie rioolvoorziening van de commissie bbv en daarom is de combinatie van deze systematieken toegestaan. De opgebouwde voorziening, die werd gebruikt ter dekking van de afschrijvingslasten, blijft geoormerkt voor de rioleringszorg. Deze middelen gaan naar de spaarvoorziening die wordt gebruikt om de boekwaarde van de investeringen ineens te verlagen.
Door het vooraf sparen voor investeringen zal de rentelast voor de lange termijn omlaag gaan, zodat het tarief minder hard stijgt. Door het combineren van Activeren en afschrijven met Sparen voor vervangingsinvesteringen ontstaat vrijwel altijd een gelijkmatiger kostenpatroon, waarmee grote tariefstijgingen afvlakken.

De lasten en baten die verbonden zijn met het rioolstelsel worden in de volgende componenten ingedeeld:
*     Exploitatie: de jaarlijks terugkerende lasten van beheer, klein onderhoud, energie, schoonhouden, administratie, verzekering, enz.
*    Voorziening rioolbeheer onderhoud: dit betreffen de kosten van groot onderhoud.
*    Voorziening rioolbeheer vervanging: hierin wordt het te sparen bedrag voor de investeringen gestort. Het gespaarde bedrag wordt onttrokken als de investeringsuitgaven worden gedaan, waarvoor gespaard is. Het onttrokken bedrag wordt ten gunste van de investering gebracht.
*    Voorziening rioolbeheer dekking: Deze voorziening is komen te vervallen. Hier werd tegenover de afschrijvingslasten van de geactiveerde investeringen een onttrekking uit deze voorziening gedaan ten gunste van de exploitatie.
*    Egalisatie tarief: verrekening van het jaarrekening resultaat met het tarief.

Voorziening rioolbeheer: vervanging
Het verloop van de voorziening rioolbeheer: vervanging in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
10.772
1 Toevoeging
Toevoeging vanuit exploitatie
1.673
1.673
+
2 Onttrekking
Onttrekking voor dekking investering
2.114
2.114
-
Stand per 31-12-2025
10.331
Voorziening rioolbeheer: egalisatie
Het verloop van de voorziening rioolbeheer: egalisatie in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
486
1 Toevoeging
Storting ivm 100% kostendekkendheid
1.121
1.121
+
2 Onttrekking
Terugbetaling aan burgers
479
Onttrekking ivm 100% kostendekkendheid
33
512
-
Stand per 31-12-2025
1.095
Egalisatievoorziening afvalstoffenheffing
Het verloop van de voorziening egalisatie afvalstoffenheffing in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
287
1 Toevoeging
Toevoeging vanuit exploitatie
431
431
+
2 Onttrekking
Terugbetaling aan burgers
37
Onttrekking ivm 100% kostendekkendheid
0
37
-
Stand per 31-12-2025
681
Voorziening verlofsparen
Het verloop van de voorziening verlofsparen in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
178
1 Toevoeging
Toevoeging vanuit exploitatie
266
266
+
2 Onttrekking
Onttrekking
0
-
Stand per 31-12-2025
444

Deze voorziening is voor het verlofsparen van de medewerkers van de gemeente Veldhoven.

Voorziening verlofsaldi
Het verloop van de voorziening verlofsaldi in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
776
1 Toevoeging
Toevoeging vanuit exploitatie
29
29
+
2 Onttrekking
Onttrekking
0
-
Stand per 31-12-2025
805
Voorziening RVU (Regeling Vervroegde Uittreding)
Het verloop van de voorziening verlofsaldi in 2025 is als volgt:
Stand per 31-12-2024
0
1 Toevoeging
Toevoeging vanuit exploitatie
327
327
+
2 Onttrekking
Onttrekking
112
112
-
Stand per 31-12-2025
215

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
De onderverdeling van de in de balans opgenomen langlopende schulden is als volgt:

Boekwaarde 31/12/2025
Boekwaarde 31/12/2024
Obligatieleningen
0
0
Onderhandse leningen:
binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen
0
0
binnenlandse banken en overige financiele instellingen
129.275
144.056
binnenlandse bedrijven
0
0
openbare lichamen
0
0
overige sectoren
0
0
buitenl. Inst., fondsen, banken, bedrijven en ov. sectoren
0
0
129.275
144.056
Door derden belegden gelden
0
0
Waarborgsommen
0
0
Overige leningen met rentetypische looptijd van één jaar of langer
0
0
Totaal
129.275
144.056

In onderstaand overzicht wordt het verloop weergegeven van de vaste schulden over het jaar 2025.

Saldo 1/1/2025
Vermeerderingen
Aflossingen
Saldo 31/12/2025
Obligatieleningen
0
0
0
0
Onderhandse leningen
144.056
0
14.781
129.275
Door derden belegde gelden
0
0
0
0
Waarborgsommen
0
0
0
0
Totaal
144.056
0
14.781
129.275

De totale rentelast voor het jaar 2025 met betrekking tot de vaste schulden bedraagt  € 3.255.000.

Vlottende passiva
Onder de vlottende passiva zijn opgenomen:

Boekwaarde 31/12/2025
Boekwaarde 31/12/2024
Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar
18.506
15.336
Overlopende passiva
31.994
20.510
Totaal
50.500
35.846

Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar
De in de balans opgenomen kortlopende schulden kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Boekwaarde 31/12/2025
Boekwaarde 31/12/2024
Kasgeldlening aangegaan bij openbare lichamen
0
0
Overige kasgeldleningen
0
0
Banksaldi
0
1
Overige schulden
18.506
15.335
Totaal
18.506
15.336

Overlopende passiva
De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt:

Boekwaarde 31/12/2025
Boekwaarde 31/12/2024
Nog te betalen bedragen
5.013
9.067
De van EU en NL overheidslichamen ontvangen voorschot-
bedragen voor specifieke uitkeringen
0
9.718
Overige vooruit ontvangen bedragen
0
1.725
Vooruitontvangsten (niet-overheid) algemeen
2.332
0
Vooruitontvangen bijdragen Rijk
22.699
0
Vooruitontvangen bijdragen Provincie
1.554
0
Vooruitontvangen van Gemeenten
376
0
Vooruitontvangen van overige overheden
20
0
Totaal
31.994
20.510

Onder de overige vooruit ontvangen bedragen vallen o.a. de reeds ontvangen bedragen voor projecten in het kader van het faciliterend grondbeleid.

In onderstaand overzicht wordt het verloop weergegeven over de van EU, Rijk, Gemeenten  en provincie ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen over het jaar 2025.

Saldo 1/1/2025
Ontvangen bedragen
Vrijgevallen bedragen
Terug betalingen
Boekwaarde 31/12/2025
SPUK BEN H26 (Gemeenten)
0
14
0
0
14
MRP de Run (gemeenten)
0
489
0
127
362
Doorontwikkeling RET BEN (Gemeenten)
76
0
76
0
0
Haalbaarheidsstudie Energiehub(Provincie)
0
60
0
0
60
Subsidie de Gender (Provincie)
181
0
45
0
136
F67 Fietsroutes (Provincie)
0
1.056
71
0
985
Peter Zuidlaan Julianastraat (Provincie)
0
1.650
1.575
0
75
Woningbouwversnelling (provincie)
0
125
42
0
83
DHZ Zilverackers (provincie)
0
125
99
0
26
Project SMP Veldhoven (Provincie)
0
203
32
0
171
Regievoering GGA
0
18
0
0
18
Kunstroute (NL overig)
52
0
52
0
0
Toekenning ZonMw Wijkscan 2025( overig)
0
20
0
0
20
ZonMW Digitaal ontmoeten (NL overig)
77
0
77
0
0
Energie armoede
381
0
355
0
26
Lokale Aanpak Isolatie (Rijk)
2.280
1.068
249
0
3.099
Startbouwimpuls (Rijk)
4.453
0
0
0
4.453
NPO gelden van DUO (Rijk)
34
0
34
0
0
Sport, gezondheidsbevordering, cultuur
763
45
0
0
808
DuMaVa duurzaam vastgoed (Rijk)
1.421
130
31
0
1.520
Gebiedsbudget (Rijk)
0
6.709
0
0
6.709
Verkeersveiligheid (Rijk)
0
430
79
0
351
SPUK doorstroomlocaties
0
362
0
0
362
SPUK CDOKE (Rijk)
0
1.153
0
0
1.153
WMRE city centrum (Rijk)
0
3.991
0
0
3.991
AOB middelen (Rijk)
0
57
0
0
57
Sisa E84 Antwerpsebaan (Rijk)
0
169
0
0
169
Totaal
9.718
17.874
2.817
127
24.649

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Waarborgen en garanties
Het bedrag voor verstrekte waarborgen aan natuurlijke- en rechtspersonen kan als volgt naar de aard van de geldlening gespecificeerd worden:

Geldnemer
Garantie/ achtervang
Oorspronkelijk bedrag
Borgstelling
Restant 1/1/2025
Restant 31/12/2025
T.C. Metzpoint
Garantie
261
100%
22
19
Totaal garantie
261
22
19
Woonstichting 'thuis
Achtervang
308.257
115.585
142.245
Woningstichting Wooninc. (De Kempen)
Achtervang
276.092
15.941
17.226
Stichting Woonbedrijf SWS. Hhvl
Achtervang
633.887
35.157
42.397
Totaal achtervang
1.218.236
166.683
201.868
Totaalbedrag waartoe aan natuurlijke en rechtspersonen
1.218.497
166.705
201.887
borgstellingen of garantstellingen zijn verstrekt

In 2025 zijn geen bedragen betaald wegens de verleende borg- en garantiestellingen. 

Langlopende financiële verplichtingen
De gemeente is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan verschillende, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen.
Voor meubilair zijn langlopende verplichtingen aangegaan. De restant schuld per 31 december 2025 bedraagt € 486.000.

Eigen bijdrage op grond van de WMO
Inwoners met een individuele voorziening/hulpmiddel in natura of PGB zijn hiervoor op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een eigen bijdrage verschuldigd. Het CAK is op grond van de Wmo wettelijk verantwoordelijk voor het vaststellen, opleggen en innen van de eigen bijdrage. De gemeente krijgt om privacy redenen en op grond van wet bescherming persoonsgegevens geen informatie over geïnde eigen bijdrage per individu, maar krijgt enkel managementgegevens over groepen en het totaal. Deze informatie is voor de gemeente ontoereikend om de juistheid van de eigen bijdragen te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dat betekent dat door de gemeente geen zekerheid over omvang en hoogte van de eigen bijdragen kan worden verkregen als gevolg van het niet kunnen vaststellen van de juistheid op persoonsniveau.

Gebeurtenissen na balansdatum
Tijdens het opmaken van de jaarrekening zijn er geen gebeurtenissen na balansdatum geweest.

Uitvoering schatkistbankieren conform wettelijke regelgeving

Terug naar navigatie - Balans per 31 december 2025 en grondslagen - Uitvoering schatkistbankieren conform wettelijke regelgeving

Drempelbedrag
In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden aangehouden. Er is echter een aantal uitzonderingen. Eén daarvan is het drempelbedrag. Dat is een minimumbedrag (afhankelijk van de omvang van de decentrale overheid) dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Voor onze gemeente is dat voor 2025 vanaf 1 januari € 3.413.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren 
Het drempelbedrag is bedoeld om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen: niet elke laatste euro hoeft in de schatkist te worden aangehouden. In principe hoeven dus alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden aangehouden. Praktisch gezien hanteren wij een veilige marge, zodat incidentele of onverwachte uitschieters kunnen worden opgevangen zonder over het hele kwartaal gezien de drempel te overschrijden. In 2025 heeft geen overschrijding plaats gevonden van het drempelbedrag. In onderstaande tabel is dit weergegeven.